| Moskou, 24 maart. De Tweede
Wereldoorlog is in Rusland alom aanwezig en staat centraal in het
curriculum van alle scholieren. Van wat er daarna is gebeurd, weten
ze niets. De NAVO? „Nooit van gehoord”, zeggen Ljosja en Ira. Net
als hun klasgenootjes halen ze er hun schouders over op. „Dit is de zesde klas”, zegt lerares Valentina Jelizejeva over haar twaalfjarige kinderen. „En daar leren ze alleen over de Tweede Wereldoorlog, niet over de NAVO en de Koude Oorlog. Zelf wist ik ook niets van de NAVO, tot ik er onlangs over las.” In het Centraal Museum van de Strijdkrachten in de Sovjetlegerstraat trekken schoolklassen langs eindeloze uitstalkasten met uniformen, wapens, verrekijkers, vaandels en veldtelefoons waarmee het Rode Leger de Tweede Wereldoorlog won. Gidsen leggen uit hoe groot de verschrikkingen waren en vooral hoe dapper de Russische soldaten zich gedroegen. De helden zijn talrijk, hun overwinningen glorieus. Elders in het gebouw geeft hoofdconservator Tatjana Koekajeva een televisie-interview aan de populaire legerzender Rode Ster. Ze vertelt over het succes van haar museum, dat jaarlijks een miljoen bezoekers trekt. Als het camerateam vertrokken is en haar wordt gevraagd of haar collectie ook iets over de NAVO bevat, antwoordt ze: „De NAVO is geen vriend van Rusland, maar een organisatie waarvan we weten dat die te dicht aan onze grenzen staat.” In de naoorlogse afdeling is opnieuw aandacht voor de oorlogen die het Russische leger elders uitvocht, in Tsjetsjenië, Afghanistan en Afrika bijvoorbeeld. Met als voorlopig hoogtepunt de oorlog tegen Georgië van augustus vorig jaar, waaraan twee uitstalkasten zijn gewijd. Een van de vitrineteksten luidt: „Het Russische leger komt het Ossetische volk te hulp.” Een suppoost licht toe: „We hebben hier alleen aandacht voor de onzen.” Dmitri Trenin, de directeur van de denktank Carnegie Centrum Moskou, bestudeert al jaren de verhouding tussen zijn land en de NAVO. Tussen 1978 en 1983 was hij als officier in Potsdam gelegerd en had hij regelmatig contact met militairen van het westers bondgenootschap. „In Duitsland zag ik wat voor mensen aan de andere kant van het IJzeren Gordijn werkten”, zegt hij. „Met hen kon ik soms beter praten dan met mijn landgenoten. Ik benijdde het Westen om zijn persvrijheid en democratie en ik las westerse kranten. De Koude Oorlog zag ik als een geopolitieke competitie, die niets meer met het communisme te maken had, want dat was allang dood. ” Trenin had niet het gevoel dat Rusland ooit een oorlog tegen dat Westen zou moeten voeren. De NAVO-militairen gingen in het weekeinde altijd met verlof, vertelt hij. „Wij, als dienstplichtigen, benijdden hen daar om. Voor ons was dat verlof een bewijs dat de NAVO geen oorlog tegen ons zou beginnen.” Na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie in 1991 werden de betrekkingen tussen Rusland en de NAVO allengs warmer om in de loop van Poetins presidentschap weer in de diepvrieskist te verdwijnen. „Tussen 2003 en 2005 heeft Rusland het Westen mentaal verlaten”, zegt Trenin. „Tot die tijd dacht het twaalf jaar lang dat de NAVO een middel was om in het Westen te integreren. Maar toen Rusland besefte dat dit onmogelijk was, werd een andere positie ingenomen. Sindsdien ziet Rusland zichzelf als een grootmacht met een stoet juniorpartners om zich heen. In die invloedssfeer speelt Rusland de hoofdrol.” Dat Georgië en Oekraïne binnen die invloedssfeer liggen, is voor Rusland vanzelfsprekend. Het wil dan ook niet dat ze NAVO-lid worden. „Die oostelijke uitbreiding is een groot probleem voor Rusland en kan zelfs een casus belli vormen”, zegt Trenin. „Dat zagen we afgelopen zomer in Georgië. Dat Rusland na de Georgische aanval op Zuid-Ossetië Georgië binnenviel, had alles te maken met die NAVO-uitbreiding. In het Kremlin werd de Georgische inval gezien als een oorlog van de Verenigde Staten tegen Rusland, bedoeld als een bliksemactie van de regering-Bush om Georgië en Oekraïne tot de NAVO te kunnen toelaten. De Georgië-oorlog was een waarschuwing aan de VS dat de grens van de oostwaartse NAVO-uitbreiding is bereikt.” Maar volgens Trenin wil Rusland geen echte confrontatie met de NAVO, ook al is de Russische regering verantwoordelijk voor de huidige anti-Amerikastemming in Rusland en heeft president Medvedev vorige week nog aangekondigd de strijdkrachten te willen herbewapenen. „De Russische regering wil een overeenkomst met president Obama. Maar ze kan het zich ten opzichte van de legertop niet veroorloven te laten blijken dat de drastische bezuinigingen op de krijgsmacht die al een tijd worden doorgevoerd door dit verlangen worden gedicteerd.” Wel is het zo dat de Verenigde Staten door het Kremlin als de enige potentiële tegenstander worden beschouwd. „De NAVO wordt in Rusland gezien als een synoniem voor de Verenigde Staten. Terwijl de verhouding van het Kremlin met NAVO-bondgenoot Duitsland beter is dan die met welke Europese staat ook. De anti-NAVO-retoriek van Moskou heeft alleen een politieke reden.” Ook heeft Rusland moeite met het feit dat de kwestie van de Europese veiligheid, en dan vooral van het raketschild, niet met de NAVO wordt besproken. „Het zou een prima zaak zijn om een gezamenlijke raketpolitiek tegen het Midden-Oosten te hebben. Als je de Russische defensiepolitiek wilt veranderen en weg wilt uit de Koude-Oorlogssfeer, dan moet je dat zeker doen. Het bouwen van dat raketschild in Polen en Tsjechië is niet erg verstandig als je Rusland niet op de kast wilt jagen.” Op de Froenze Academie, de officiersopleiding, is volgens Trenin weer een oud vijandbeeld uit de kast gehaald. „De visie op de NAVO wordt er bepaald door de nationalistische visie die de schrijver Nikolaj Danilevski in 1855 verwoordde in zijn boek Rusland en Europa. Verbittering over Europa staat daarin centraal. Zo denken Ruslands huidige officieren tegenwoordig over het Westen.” In het Centrale Museum van de Strijdkrachten weten weinigen van die ontwikkelingen. In het speelgoedwinkeltje kopen grootouders dan ook als vanouds geweren voor hun kleinkinderen, speelgoedgeweren. Uit NRC Handelsblad 25-03-09 |